Maatgids: zo bepaal je je condoommaat
Een condoom dat goed past is veiliger én comfortabeler. De maat wordt bepaald door de nominale breedte: de breedte van het condoom platgelegd, gemeten in millimeters.
Stap 1: meet je omtrek
- Pak een meetlint (of een touwtje en een liniaal).
- Meet de omtrek van de penis in erectie, op het breedste punt van de schacht.
- Deel de omtrek door 2: dat is ongeveer de nominale breedte die je zoekt. Voorbeeld: omtrek 110 mm ÷ 2 = nominale breedte ±55 mm.
Stap 2: kies je maat
| Omtrek (mm) | Nominale breedte | Maatlabel | Vergelijk |
|---|---|---|---|
| tot ± 100 | < 50 mm | Klein (S) | Kleine condooms → |
| ± 100 – 113 | 50 – 56 mm | Standaard (M) | Standaard condooms → |
| ± 113 – 119 | 57 – 59 mm | Groot (L) | Grote condooms → |
| vanaf ± 119 | 60+ mm | Extra groot (XL) | XL condooms → |
Vuistregel: knelt of knapt een condoom, ga een maat groter. Glijdt het af of zit het los, ga een maat kleiner. Merken als MY.SIZE maken condooms in zeven breedtes (47–69 mm).













